|
Description
|
In de humane risicobeoordeling van chemische stoffen en farmaceutische middelen begint de beoordeling van genotoxiciteit voor regulatoire doeleinden doorgaans met een standaardbatterij van in vitro genotoxiciteitstesten. Deze batterij is nodig om de verschillende eindpunten van genetische toxiciteit af te dekken. De testen in deze batterij verschillen (gedeeltelijk) in biologische opzet, waardoor de resulterende data soms tegenstrijdig lijken, wat een zorgvuldige interpretatie van de bevindingen bemoeilijkt. Dit kan mogelijk worden ondervangen door toepassing van wiskundige modellen. Wij hebben een database samengesteld met openbaar beschikbare in vitro en in vivo genotoxiciteitsdata voor 2239 chemische stoffen. De database omvat de volgende in vitro genotoxiciteitstesten: de bacterial reverse mutation test (Ames-test), de mouse lymphoma tk mutation test, de hprt-mutation test, de in vitro mammalian cell micronucleus test en de in vitro mammalian chromosome aberration test. Voor in vivo genotoxiciteit werden gegevens verzameld voor de micronucleus test, de chromosome aberration test, de in vivo transgenic rodent gene mutation assay, de in vivo mammalian alkaline comet assay en de mammalian erythrocyte Pig-a gene mutation assay. Resultaten van wiskundige modellering laten zien dat een in vitro clastogeniciteitstest met zoogdiercellen en een genmutatietest met zoogdiercellen samen een sterke voorspellende ‘weight-of-evidence’ bieden voor de beoordeling van het genotoxische gevaar van een stof, hoewel zij beter zijn in het voorspellen van de afwezigheid dan van de aanwezigheid van genotoxisch potentieel. Opmerkelijk genoeg veranderde de bacteriële reverse mutation (Ames-)test deze voorspellingen niet significant wanneer deze werd gebruikt in combinatie met in vitro mutageniteits- en clastogeniciteitstesten met zoogdiercellen. Verdere studies waarin in vitro genotoxiciteitsdata worden vergeleken met in vivo data voor aanvullende stoffen zullen meer inzicht verschaffen in de vraag of het inderdaad tijd is om de samenstelling van de standaard in vitro genotoxiciteitsbatterij te heroverwegen.
|